Vragen en antwoorden herziening luchtruim

Achtergrond herziening luchtruim

Voorkeursbeslissing en Plan-MER

Effecten op geluid en emissies (stikstof, CO2)

Aanpassingen in de hoofdstructuur van het Nederlandse luchtruim

Procedure, inspraak en contact


Achtergrond herziening luchtruim

Waarom wordt het luchtruim herzien?

Het Nederlandse luchtruim is veilig en wordt intensief gebruikt. Het kent meer dan vijftig gebruiksvormen, variërend van internationale burgerluchtvaart tot General Aviation, van militaire luchtvaart tot onbemande luchtvaart, van trauma­helikopters tot lesvliegen, van het gebruik van schietoefeningen door de landmacht en de marine tot vrij te houden luchtruim vanwege de veiligheid bij kwetsbare installaties.

De drukte in het luchtruim is de afgelopen decennia sterk toegenomen. De beschikbare ruimte in de lucht neemt echter niet toe. Steeds vaker ontstaan daardoor knelpunten tussen het gebruik en de beschikbare ruimte. Ook is er sprake van grote technologische veranderingen, bijvoorbeeld in de vliegtuigen. Om het luchtruim adaptief en toekomstbestendig te maken, moet het nieuwe technologieën en ontwikkelingen kunnen accommoderen.

In 2017 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet werd opgeroepen om zo snel mogelijk een luchtruim­herindeling uit te voeren. Het regeerakkoord Vertrouwen in de Toekomst bevat “het voornemen om de indeling van het Nederlandse luchtruim per 2023 of zoveel eerder als mogelijk te herzien”. Eind 2017 stuurde het kabinet daarvoor een Plan van Aanpak naar de Tweede Kamer.

Op basis daarvan startte in 2018 het programma Luchtruimherziening onder verantwoordelijk­heid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris van Defensie (het bevoegde gezag). Het programma wordt uitgevoerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Defensie, Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC) en de Koninklijke Luchtmacht.

Is de herziening nog nodig nu het vliegverkeer door COVID-19 sterk is afgenomen?

De huidige COVID-19-crisis heeft geleid tot fors minder civiel luchtverkeer. Voor de militaire luchtvaart heeft de crisis minder impact. De aankomende jaren staan in het teken van herstel van de luchtvaartsector. Naar verwachting zal op de langere termijn weer schaarste ontstaan. De strategische vraagstukken voor de lange termijn blijven dezelfde.

Het programma Luchtruimherziening is een meerjarenprogramma dat in opdracht van het kabinet is gestart om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen op het gebied van efficiëntie, duurzaamheid en capaciteit. Dit betekent dat ondanks de COVID-19-crisis de aanleiding, opgave en doelen van het programma onveranderd en van betekenis zijn.

Maakt de luchtruimherziening groei van vliegverkeer mogelijk?

De luchtruimherziening kent drie samenhangende en gelijkwaardige doelen:

  1. Efficiënter gebruik en beheer van het luchtruim voor alle luchtruimgebruikers.
  2. Verduurzaming van het luchtruim zodat de impact van vliegen op de omgeving wordt beperkt. Het betreft met name de beperking van geluidshinder en emissies op gebied van CO₂, (ultra)fijnstof en stikstof.
  3. Verruiming van de civiele capaci­teit en militaire missie effectiviteit, onder andere vanwege nieuwe generatie vliegtuigen zoals de F-35. De civiele capaciteit is nodig met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de burgerluchtvaart en om ruimte te creëren voor een duurzamere afhandeling van het luchtverkeer met meer oog voor de leefbaarheid op de grond. Verruiming van militaire missie effectiviteit is nodig om te kunnen voldoen aan de grondwettelijke taken van Defensie.

Binnen het programma Luchtruimherziening wordt niet bepaald of capaciteit wordt vertaald in groei of krimp van het aantal vliegbewegingen. In de Luchtvaartnota kunt u hier meer over lezen.

Wat betekent de luchtruimherziening voor (de aansluitroutes van) Lelystad Airport?

Het programma neemt binnen de huidige luchtruimindeling de belemmeringen weg om zoveel als mogelijk ongehinderd door te klimmen op de routes van Lelystad Airport.

Wat is de relatie tussen het programma Luchtruimherziening en de Luchtvaartnota?

De Luchtvaartnota omvat de visie van het kabinet op luchtvaart en geeft richting aan de ontwikkeling van de luchtvaart in Nederland voor de periode 2020-2050. Het geeft antwoord op de vraag hoe civiele luchtvaart zich kan ontwikkelen in balans met andere publieke belangen als veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. De beleidskeuzes voor de toekomst van de Nederlandse luchtvaart in de Luchtvaartnota vormen daarmee uitgangspunten voor de luchtruimherziening.

Anders gezegd: de Luchtvaartnota stelt vast ‘wat’ de kenmerken van de luchtvaart zijn, het programma Luchtruimherziening is bedoeld om te bepalen ‘hoe’ het luchtruim binnen die kaders het beste kan worden ingedeeld, beheerd en gebruikt.

Hoe sluit de luchtruimherziening aan bij het Europese ontwikkelingen op het gebied van luchtvaart?

Luchtvaart is per definitie internationaal van aard. Op mondiaal en Europees niveau is de samenwerking in de luchtvaart vastgelegd in tal van verdragen en bijbehorende regelge­ving. In 2004 startte de Europese Commissie het initiatief Single European Sky (SES) voor verbetering van de prestaties van het Europese netwerk van luchtverkeersleidingsdiensten. Onderdeel van de wetgeving zijn de zogenoemde Common Projects, bedoeld om de werkwijze in het luchtruim te harmoniseren en moderniseren. Alle elementen van de ontwerp-Voorkeursbeslissing zijn in lijn met de doelen en richtlijnen van SES en de regelgeving van de Common Projects.

Voorkeursbeslissing en Plan-MER

Wat is het verschil tussen Voorkeursbeslissing en Voorkeursalternatief?

Het Voorkeursalternatief (VKA) omvat de hoofdstructuur ofwel de indeling van het luchtruim en het operationeel concept, dat bestaat uit technologie, procedures en processen voor de veilige en vlotte afhandeling van het verkeer. Het VKA is onderdeel van de Voorkeursbeslissing (VKB).

De Voorkeursbeslissing behelst meer dan alleen het Voorkeursalternatief. Het bevat onder andere de onderbouwing van de keuzes voor het Voorkeursalternatief. Ook beschrijft het VKB de aanpak voor de volgende fase, de planuitwerking.

Wat is een plan-MER?

De ontwerp-Voorkeursbeslissing is onderbouwd met een (niet-verplichte) milieueffectrapportage (plan-MER). De plan-MER beschrijft de effecten van de onderzochte alternatieven voor het Nederlandse luchtruim. Naast milieueffecten is daarbij ook gekeken naar effecten op efficiëntie, capaciteit en veiligheid. De plan-MER is uitgevoerd door een onafhankelijk consortium van het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en Royal HaskoningDHV.

Kunnen we in de Voorkeursbeslissing en/of het Plan-MER lezen wat de effecten van de luchtruimherziening zijn op lokaal en regionaal niveau?

De wens is begrijpelijk om in deze fase van het programma al meer inzicht te krijgen over effecten van luchtruimherziening op concrete locaties op de grond. Het beperken van impact van vliegroutes op de omgeving (geluid, CO2, NOx en (ultra)fijnstof) is een belangrijke doelstelling van het programma.

In de huidige fase van het programma is het echter niet mogelijk om de effecten aan locaties op de grond te verbinden, omdat de Voorkeursbeslissing alleen op hoofdlijnen de wijzigingen in structuur en gebruik van het luchtruim vaststelt. In de volgende fase, de planuitwerking, wordt het Voorkeursalternatief concreet uitgewerkt. Op basis daarvan ontstaat meer zicht op mogelijke regionale en lokale effecten. De Planuitwerkingsfase wordt medio 2023 afgerond met een definitief programmabesluit. Wel geeft het plan-MER een globale doorkijk naar de effecten van het Voorkeursalternatief.

Hoe draagt de afweging van (milieu)effecten bij aan de keuze voor het Voorkeursalternatief?

De beoordeling van de alternatieven (in het plan-MER) levert informatie over de effecten van de verschillende bouwstenen. Het plan-MER zet op een rij hoe de onderzochte alternatieven scoren op de verschillende thema’s en toetsingscriteria. Dat is beslisinformatie voor de bewindspersonen van het programma Luchtruimherziening, namelijk de minister van IenW en de staatssecretaris van Defensie.

Met de kennis van de effecten van de onderzochte alternatieven is een Voorkeursalternatief samengesteld dat het meest tegemoetkomt aan de doelen van de luchtruimherziening. Ook de effecten van het Voorkeursalternatief zijn in het plan-MER opgenomen. Om tot een keuze te komen, zijn de effecten voor de verschillende thema’s en toetsingscriteria beoordeeld en tegen elkaar afgewogen. De Voorkeursbeslissing licht de onderbouwing van de keuze toe.

Hoe zijn de Voorkeursbeslissing en Voorkeursvariant tot stand gekomen?

Het ontwerp van een nieuw luchtruim volgt een programmatische aanpak, die bestaat uit de volgende fases:

  • Onderzoek (tot en met april 2019): In de onderzoeksfase zijn behoeftes, wensen en doelen geïdentificeerd, zowel van gebruikers en belanghebbenden als van (provinciale) bestuurders.
  • Verkenning (april 2019 tot eind 2021): In de verkenningsfase zijn vier alternatieven verder uitgewerkt.
  • Planuitwerking: Het Voorkeursalternatief zal in detail worden uitgewerkt in de planuitwerkingsfase. Ook worden projecten gepland en uitgevoerd voor de doorontwikkeling van het luchtruim.
  • Realisatie: In de uitvoeringsfase vindt de daadwerkelijke implementatie van het Voorkeursalternatief plaats.

In april 2019 is de Startbeslissing genomen, waarmee de Onderzoeksfase is afgesloten en de Verkenningsfase is gestart. In de Verkenningsfase zijn vier alternatieven verder uitgewerkt. Om de effecten van deze alternatieven te onderzoeken is een plan-MER procedure gevolgd.

De eerste stap van deze plan-MER procedure was de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2019). De NRD beschrijft het voornemen om de vier verschillende ontwerpalternatieven uit te werken. De NRD beschrijft ook het toetsingskader dat zal worden gebruikt om de effecten van de alternatieven onafhankelijk te kunnen toetsen in een Milieueffectrapport (het plan-MER).

Vervolgens is getrechterd naar één voorkeursalternatief die in het plan-MER is getoetst op effecten.

Mede op basis van het plan-MER zal de Voorkeursbeslissing voor de Luchtruimherziening worden genomen door het bevoegd gezag, bestaande uit de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris van Defensie.

Het voorkeursalternatief zal verder worden uitgewerkt in concrete projecten in de Planuitwerkingsfase en worden geïmplementeerd in de Realisatiefase. Gedurende de hele periode vindt intensief overleg plaats met bestuurders, gebruikers, belanghebbenden en maatschappelijke partijen over de mogelijkheden, keuzes en gevolgen. Na publicatie van de ontwerp-Voorkeursbeslissing kunnen zienswijzen worden ingediend. Daarnaast was er na publicatie van de ontwerp-Voorkeursbeslissing de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

Effecten op geluid en emissies (stikstof, CO2)  

Waarom ontbreekt een alternatief dat maximaal inzet op duurzaamheid en milieu?

Veiligheid in het luchtruim is de eerste prioriteit en randvoorwaarde voor alles wat het programma onderneemt. Duurzaamheid zit in het hart van het programma. In alle alternatieven zijn de impact op leefomgeving en klimaat leidend geweest, in balans met de mogelijkheden om de benodigde capaciteit (zoals afgeleid uit de Luchtvaartnota) betrouwbaar en voorspelbaar te kunnen leveren. Dit geldt ook voor het Voorkeursalternatief.

Zorgt de luchtruimherziening voor een vermindering van de uitstoot van stikstof en CO2?

Het programma heeft als doel om over het geheel genomen de uitstoot van stikstof en CO2 van het luchtverkeer te verminderen. Het Plan-MER heeft de alternatieven getoetst op de gevolgen voor o.a. CO2 en stikstofdepositie. Ook is er een voortoets uitgevoerd waarin is bekeken of er een kans is op “significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden” ten gevolge van stikstofdepositie met aantasting van de natuurlijke kenmerken van het beschermde natuurgebied tot gevolg. Omdat de concrete uitwerking van de luchtruimherziening pas in de volgende fase plaatsvindt, zijn alleen de te verwachten globale effecten op emissies beschreven in de Voorkeursbeslissing en PlanMER.

Zorgt de herziening van het luchtruim voor minder geluidsoverlast?

Het beperken van de impact van vliegroutes op de omgeving is één van de hoofddoelen van de luchtruimherziening en één van de toetsingscriteria van het plan-MER.

Het plan-MER en de Voorkeursbeslissing kennen nog niet het detailniveau van individuele vliegroutes. Er kan daarom nog niets worden gezegd over geluid in relatie tot specifieke locaties. Globale effecten op geluid zijn wel beschreven in de Voorkeursbeslissing en het PlanMER. 

Aanpassingen in de hoofdstructuur van het Nederlandse luchtruim

Wat verandert er in Noord-Nederland door de herziening van het luchtruim?

Vanaf 2023 zal er meer luchtruim beschikbaar zijn voor militaire oefeningen in het noorden van het Nederlandse luchtruim. De zuidoostelijke grens van het huidige militaire oefengebied in Noord-Nederland verschuift in zuidelijke richting. De beoogde uitbreiding van het oefengebied in het noorden betreft luchtruim dat zich boven twee kilometer hoogte bevindt. De routes voor burgerluchtvaart die daar momenteel lopen (boven twee kilometer) verschuiven ook in zuidelijke richting.

Meer informatie is in deze fase nog niet beschikbaar, aangezien het ontwerpproces nog in volle gang is en er ook met Duitsland afspraken moeten worden gemaakt. Ten zuiden van het huidige militair oefengebied ligt TMA Eelde. Bij verschuiving van de grens van de militaire oefenruimte blijft TMA Eelde intact.

Waarom is aanpassing van de militaire oefengebieden nodig? Wat gaan bewoners hiervan merken?

Door bestaande militaire oefenruimte boven Zuid-Nederland op te heffen (overigens zonder de gebruiksmogelijkheden van de militaire vliegbases in Zuid-Nederland te beperken) kunnen in het zuidoosten van het Nederlandse luchtruim de routes voor burgerluchtvaart van en naar de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Eindhoven en Lelystad efficiënter en duurzamer worden gemaakt.

Gebruiksfuncties van het zuidelijke oefengebied worden verlegd naar het bestaande noordelijke oefengebied, dat gelijktijdig wordt uitgebreid in lijn met de gewijzigde luchtruimbehoefte van Defensie.

Onder andere door de komst van nieuwe generatie vliegtuigen zoals het onbemande verkenningsvliegtuig MQ-9 en het nieuwe jachtvliegtuig F-35 heeft Defensie behoefte aan een grotere aaneengesloten oefenruimte. De F-35 heeft nieuwere techniek (sensoren of wapens) met een groter bereik dan de F-16. Om deze operaties te kunnen oefenen, is een groter luchtruim nodig. Ook de aanschaf en inzet van onbemande vliegsystemen stellen andere eisen aan de militaire oefenruimte in Nederland.

De meeste oefeningen met de F-35 spelen zich af op een hoogte van ruim boven 4,5 kilometer (15.000 voet). Het aantal jachtvlieguren in het noordelijke oefengebied neemt na de uitbreiding evenwel niet toe, omdat het aantal jachtvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht de komende jaren daalt van 68 F-16’s tot 46 F-35’s.

De oefeningen in het noordelijke oefengebied vinden vrijwel uitsluitend plaats op werkdagen, slechts een beperkt aantal oefeningen is ‘s avonds of in de weekenden. Om de overlast door vliegoefeningen verder te beperken, wordt zoveel mogelijk boven zee geoefend en wordt er niet lager gevlogen dan noodzakelijk is.

In de Onderzoeksfase van het programma Luchtruimherziening is gekeken naar hoe de hoofdstructuur van het Nederlandse luchtruim eruit zou kunnen komen te zien, zodat zowel civiel als militair vliegverkeer voldoende ruimte krijgt. De combinatie van de benodigde omvang van oefenruimte en de civiele behoefte aan luchtruim maken de ontwikkeling van het oefengebied in het noordelijk deel van het Nederlands luchtruim, in combinatie met civiele ontsluiting van het oosten en zuidoosten, de enige optie om aan de militaire en civiele voorwaarden te kunnen voldoen. Hiertoe hebben de minister van IenW en de staatssecretaris van Defensie in de Startbeslissing van 18 april 2019 daarom besloten. 

Wanneer is de uitbreiding van het militair oefengebied in Noord-Nederland gereed?

Een eerste tijdelijke verruiming van de militaire oefenmogelijkheden in Noord-Nederland vindt in 2023 plaats. Gedurende een aantal nader te bepalen periodes per jaar zal het noordelijke oefengebied dan tijdelijk worden verruimd. Op diezelfde momenten kan er meer ruimte voor de civiele luchtvaart ter beschikking worden gesteld in het zuiden.

Tevens wordt in 2021/2022 een Duits-Nederlandse studie uitgevoerd naar de civiel-militaire haalbaarheid van een grensover­schrijdend oefengebied in het noordoostelijk deel van het Nederlandse luchtruim en het noordwestelijk deel van het Duitse luchtruim. Bij positief resultaat wordt de studie voortgezet als een luchtruimproject.

Afhankelijk van de resultaten van de haalbaarheidsstudie met Duitsland naar een grensoverschrijdend oefengebied worden de luchtruimaanpassingen in het noorden verder uitgewerkt en volgens de huidige planning tussen 2023 en 2027 ingevoerd.

Wat verandert in het (militaire) oostelijk en zuidoostelijk deel van het Nederlandse luchtruim?

Door bestaande militaire oefenruimte boven Zuid-Nederland op te heffen (overigens zonder de gebruiksmogelijkheden van de militaire vliegbases in Zuid-Nederland te beperken) kunnen in het zuidoosten van het Nederlandse luchtruim de routes voor burgerluchtvaart van en naar de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Eindhoven en Lelystad efficiënter en duurzamer worden gemaakt.

Het streven is om tussen 2023 en 2027 een permanente uitbreiding van het (grensoverschrijdende) noordelijke oefengebied te realiseren en het oefengebied boven Zuid-Nederland op te heffen.

Procedure, inspraak en contact

Wie beslist er over de herziening van het luchtruim?

Het programma Luchtruimherziening wordt uitgevoerd door de volgende programmapartners: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Ministerie van Defensie, Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC) en Koninklijke Luchtmacht. Het bevoegd gezag en daarmee de regiefunctie voor de luchtruimherziening ligt bij de minister van IenW en de staatssecretaris van Defensie.

Hoe verloopt de procedure en inspraak voor de herziening van het luchtruim?

  • eind 2017: aankondiging nieuwe indeling luchtruim in regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’;
  • april 2019: startbeslissing Luchtruimherziening;
  • september 2019: Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD);
  • najaar 2019: zienswijzenprocedure NRD;
  • oktober 2019: advies Commissie m.e.r. over de NRD;
  • najaar 2019: nota van antwoord zienswijzen NRD;
  • begin2021: advies Commissie m.e.r. over ontwerp-Voorkeursbeslissing en plan-MER;
  • eind 2021: Vaststelling definitieve Voorkeursbeslissing door kabinet inclusief Reactienota.

Hoe wordt de omgeving betrokken bij de herziening van het luchtruim?

De herziening van het luchtruim is relevant voor veel partijen, zowel in de lucht als op de grond. Daarom zijn stakeholders vanaf het begin actief betrokken en geïnformeerd. Hiervoor is een participatieaanpak opgesteld en uitgevoerd.

De aanpak is toegespitst op drie groepen stakeholders:

  • Bestuurders (met name van de provincies);
  • Luchtruimgebruikers (zowel civiel als militair);
  • Maatschappelijke organisaties (zoals natuur- en belangenorganisaties en bewoners).

Voor bovenstaande groepen zijn verschillende overlegorganen en –momenten bepaald, waarop zij worden geïnformeerd over het programma en waarop zij (lokale) belangen en wensen kunnen inbrengen.

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen wijzigen

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies worden onder andere gebruikt voor het bijhouden van statistieken, het opslaan van voorkeuren, het optimaliseren van deze website, de integratie van social media en marketingdoeleinden. Lees meer over cookies en jouw privacy in ons cookieverklaring. Wij gebruiken de hieronder genoemde soorten cookies.


Deze cookies gebruiken we om de basisfuncties van deze website te kunnen laten draaien en om inzicht te krijgen in het gebruik. Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website en worden daarom altijd geplaatst.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Indien u deze toestaat, worden deze cookies gebruikt door aanbieders van externe content die op deze website kan worden getoond. In sommige gevallen gaat het daarbij om marketing- en/of tracking cookies, die het gedrag van bezoekers vastleggen en op basis daarvan gepersonaliseerde advertenties tonen op andere websites.