De inzet van drones is de afgelopen jaren wereldwijd sterk toegenomen en zal de komende jaren blijven groeien. Uiteraard moet dit veilig gebeuren. Daarom stelt IenW regels voor testen en experimenten met onbemande luchtvaart. Testen en experimenteren met onbemande luchtvaartuigen kan een hoger risico opleveren. Vooral de locatie en het type luchtruim kunnen van invloed zijn op het risico. Bijvoorbeeld in verband met luchtverkeersdichtheid en of er wel of niet luchtverkeerdienstverlening beschikbaar is om de vlucht te begeleiden. In dit kader staat hoe IenW omgaat met verzoeken voor testen en experimenten.
Wat wordt bedoeld met testen en experimenten met drones?
Met een test of experiment wordt een operatie bedoeld met een onbemand luchtvaartuig (drone) die nodig is om ervaring en kennis op te bouwen. Denk hierbij aan het testen van of experimenteren met:
- De toepassing (inclusief payload);
- Het systeem als luchtvaartuig inclusief besturing;
- Boordapparatuur;
- Externe apparatuur en diensten die nodig zijn voor het veilig houden van de operatie.
Uitbesteden of zelf doen
U kunt de test of het experiment zelf uitwerken. Of u kunt er voor kiezen om een gespecialiseerde exploitant in te schakelen.
Uitbesteden
Er zijn gespecialiseerde exploitanten met het Testen, Experimenteren en Demonstreren (TED)-privilege. Dit privilege geeft de houder de bevoegdheid om een test- of experiment uit te voeren binnen de (Europese) regelgeving en de vergunningsvoorwaarden. Een aantal exploitanten met een TED-privilege heeft zich gevestigd op een unieke testlocatie. Een lijst van exploitanten met een TED-privilege kunt u vinden in het Overzicht UAS-operators van de Inspectie Leefomgeving & Transport (ILT).
Testlocaties zijn met elkaar verbonden in het samenwerkingsverband Dutch Drone Platform. Hierdoor is het op meerdere locaties in Nederland de mogelijk om een test of experiment uit te voeren. De voordelen van uitbesteden zijn:
- De testende partij hoeft zelf geen exploitatievergunning aan te vragen;
- Het grond- en luchtrisico is op de testlocatie bekend, dit scheelt een uitgebreide analyse;
- De testende partij wordt betrokken in de vluchtvoorbereiding, risicobeoordelingen en vluchtuitvoering waarmee een leereffect wordt bereikt.
Per testlocatie gelden andere TED voorwaarden, neem contact op met de exploitant om dit na te gaan. Een aantal testlocaties heeft de mogelijkheid om ook het omliggende luchtruim te gebruiken. Dit luchtruim kan bijvoorbeeld worden ingezet voor een vlucht buiten het zicht van de piloot. Voorbeelden hiervan zijn Dutch Drone Centre (Woensdrecht) en NLR dronecentre (Marknesse).
Zelf doen
U kunt besluiten uw test of experiment zelf uit te voeren. Of u moet dit zelf uitvoeren omdat een exploitant u niet kan helpen binnen de TED-voorwaarden. In dat geval dient u een maatwerkverzoek in. Dat gaat in drie stappen.
Als u een test of experiment uitvoert, wordt uw onbemande vlucht ingedeeld in de categorie Specifiek. Daarvoor heeft u een passende vergunning nodig. Zie hiervoor de ‘Regelhulp drones’.
U kunt een test of experiment uitvoeren in het zicht van de piloot (Visual Line of Sight (E)-VLOS) of uit het zicht van de piloot (Beyond Visual Line of Sight BVLOS)
Dit zijn aanvragen die in het zicht van de piloot of de waarnemer (Visual Line of Sight) worden uitgevoerd. Voorbeelden van (E)VLOS operaties zijn:
- doorontwikkelingen van besturingssystemen,
- airframe testing, en
- testen van voorstuwingsinrichtingen.
Deze testen en experimenten worden bij voorkeur uitgevoerd op een testlocatie maar vallen mogelijk buiten de beperkingen van de vergunning. De volgende criteria gelden bij de vergunningsaanvraag bij de ILT:
- Voor elke aanvraag voert u een verplichte risicoanalyse uit, waarin de Specific Operation Risk Analyses (SORA) methodiek wordt gehanteerd. Daarnaast wordt door u aandacht besteed aan het mitigeren van mogelijk extra risico’s die gepaard kunnen gaan met het uitvoeren van de het experiment of de test. Dit valt buiten de scope van SORA. Denk aan mogelijke verwonding van personen door losgeraakte onderdelen of het verlies van controle over de drone en een mogelijke botsing met een ander luchtvaartuig. Dit risico kan door u bijvoorbeeld voorkomen worden door een gefaseerde aanpak waarbij het intrinsieke risico stapsgewijs toeneemt. Ook kan het beperken van een deeltest tot een specifiek onderdeel het risico beperken waarbij aangetoond wordt dat andere onderdelen en (veiligheids)functies van het systeem goed werken en goed blijven werken als het testonderdeel faalt. Deze aanpak is onderdeel van een generiek of specifiek testplan;
- Duidelijk moet zijn wat de testen of experimenten precies inhouden en wat ervoor nodig is om de test te doen slagen. Dit is beschreven in het ConOps (Concept of Operations).
- U staat ervoor open dat IenW ook zelf leervragen heeft tijdens het traject en u wilt meewerken om deze te beantwoorden.
IenW signaleert een toenemende behoefte om een operatie buiten het zicht van de piloot uit te voeren (Beyond Visual Line of Sight) en hieraan gerelateerde testen en experimenten. Veilige separatie ten opzichte van het ander (bemande) luchtverkeer en van derde partijen op de grond staat in deze maatwerkaanvraag centraal. Een BVLOS-operatie moet maatregelen nemen om de kans op een incident met de bemande luchtvaart te verhinderen. In combinatie met gecontroleerd of beperkt toegankelijk grondgebied kunnen testen en experimenten plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:
- Gesegregeerd (Atypisch) luchtruim, dit is luchtruim waar in principe geen ander bemand luchtverkeer vliegt;
- Door luchtverkeersleiding gecontroleerd luchtruim;
- ‘Detect en avoid’ toepassingen waarbij strategische en tactische mitigaties helpen om een incident te voorkomen. Hiervoor wordt een ‘BVLOS brochure’ ontwikkeld en in 2024 gepubliceerd.
Atypisch luchtruim
Atypisch luchtruim is onder andere vliegen op kleine afstand tot gebouwen. Hier geldt een onwaarschijnlijk kleine kans op een ongeval tussen bemand en onbemand verkeer. Dat biedt mogelijkheden voor het testen van de toepassing.
Weet waar u test
In Nederland is het hiervoor vrij beschikbare luchtruim zeer beperkt. Overweeg bij het gebruik van gesegregeerd of gecontroleerd luchtruim zowel de civiele of militaire luchthavens alsmede de oefengebieden waar ruimte is om vluchten met onbemande luchtvaarttuigen uit te voeren. Instemming van de verantwoordelijke luchtverkeersleiding is hiervoor vereist.
Voor testen of experimenteren in BVLOS-omstandigheden zonder aanvullende luchtruimmaatregelen (zoals in reeds bestaand gesegregeerd luchtruim en gecontroleerd luchtruim) dient u een aanvraag in bij de ILT. Doorloop hiervoor onderdelen 1 t/m 3 van stap 3a. Extra aandacht besteedt u aan de risico’s verbonden aan BVLOS-aspecten in combinatie met het experimentele karakter van de vlucht.
Indien u een BVLOS-aanvraag indient waarvoor aanpassingen nodig zijn in het luchtruim, of waarin eisen worden gestelde aan andere luchtruimgebruikers, kunt u de ‘Beleidsafweging BVLOS operaties in Nederland’ volgen.