Het programma Luchtruimherziening werkt aan een nieuwe indeling van het Nederlandse luchtruim. Deze indeling gaat over waar en hoe vliegtuigen kunnen vliegen. Het gaat niet over het aantal vluchten. Dat ligt vast in besluiten over luchthavens.

De nieuwe indeling creëert gepaste oefenruimte voor Defensie door het militair oefengebied in het noordelijk deel van het Nederlands luchtruim uit te breiden. Dit is nodig om te zorgen dat de krijgsmacht inzetgereed is en klaar voor het gevecht. De geopolitieke omstandigheden zijn sterk veranderd en de veiligheidssituatie is verslechterd, waardoor de urgentie van deze uitbreiding verder is vergroot. Hierdoor kunnen de dagelijkse oefengebieden in het oosten en zuiden van het land opgeheven worden. Daardoor is het ook mogelijk het luchtruim voor de burgerluchtvaart te moderniseren. In lijn met Europese afspraken is er ontworpen op kortere vliegafstanden/minder uitstoot (CO2) door burgerluchtvaart. Het betreft verkeer dat via hoogte, snelheid en koersinstructies wordt begeleid en dus niet op een vaste route vliegt. Wijzigingen onder de 1.800 meter worden hierbij zoveel mogelijk vermeden.

Meer informatie over de Nieuwe Indeling staat in het Schetsontwerp Luchtruimherziening.

Wat houden de aanpassingen in?

1. Uitbreiding militair oefengebied in het noorden

Het bestaande, militaire oefengebied in het noorden van het Nederlandse luchtruim wordt uitgebreid. Dit is nodig om goed te kunnen oefenen met F35-gevechtsvliegtuigen. Deze F-35-gevechtsvliegtuigen hebben meer technologie aan boord dan de oude F16’s waardoor ze een groter aaneengesloten oefengebied nodig hebben. Dit oefengebied kan ook worden gebruikt voor een internationale veiligheidsoefening met NAVO-bondgenoten.

2. Verschuiven van verkeersstromen in het oosten

Om te voorkomen dat verkeersstromen van en naar Schiphol door het militaire oefengebied lopen, verschuiven de vliegroutes in het oosten van Nederland iets naar het zuiden.

  • De routes verschuiven binnen een bandbreedte van ongeveer 5 tot 20 kilometer. 
  • Het gaat om stijgend en dalend vliegverkeer van Schiphol dat de grens van het Nederlandse luchtruim passeert op ongeveer 8 tot 12 kilometer hoogte. 

Net als nu blijft het vliegverkeer over een groter gebied verspreid.

3. Opheffen militaire oefengebieden in het zuiden en oosten

De militaire oefengebieden voor F-35-gevechtsvliegtuigen in het zuiden en oosten van het Nederlandse luchtruim worden opgeheven.

4. Verandering in naderingspunten

De Nieuwe Indeling heeft drie naderingspunten, net als nu. In de Nieuwe Indeling verschuift mogelijk de plek van naderingspunten.

  • Oosten (ARTIP)
    Het naderingspunt ARTIP (punt A op de kaart), ongeveer 60 kilometer van Schiphol, verschuift mee met de verkeersstromen in het oostelijk luchtruim.
  • Zuidwesten (RIVER)
    Het naderingspunt RIVER (punt R op de kaart) verschuift richting zee en komt boven de Maasvlakte te liggen. Hierdoor kan naderend vliegverkeer langer boven zee vliegen voordat het Schiphol nadert. Dit geeft ook meer ruimte voor Rotterdam The Hague Airport om samen met de omgeving verbeteringen aan te brengen in de routes van deze luchthaven.
  • Boven zee (SUGOL)
    Naar verwachting verschuift het naderingspunt SUGOL (punt S op de kaart) verder boven zee.

5. Wijzigingen dichtbij luchthavens

Wijzigingen onder 1.800 meter hoogte dichtbij luchthavens zijn in het Schetsontwerp zoveel mogelijk vermeden, om veranderingen in geluidseffecten op de grond te voorkomen.

De nieuwe Indeling van het luchtruim is een tussenstap. Deze legt de basis voor verdere verbeteringen van de leefomgeving rond luchthavens, zoals beschreven in de Startnotitie Hoger Naderen.

Voor de verdere verbeteringen wordt gestart met een leertraject Hoger Naderen. Dit leertraject vindt plaats binnen het huidige luchtruim. Sinds 2025 is hiervoor de participatie gestart. De kaarten hieronder laten de vliegroutes van en naar Schiphol zien in de huidige situatie en in de nieuwe situatie.

Effect op vliegafstand

Het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) heeft als onafhankelijke partij onderzocht wat de nieuwe indeling van het luchtruim betekent voor onder andere CO₂-uitstoot en geluid. Hieruit blijkt dat de CO₂-uitstoot van vliegverkeer van en naar Schiphol ongeveer gelijk blijft.

De EUROCONTROL Network Manager heeft ook gekeken naar de effecten van de Nederlandse herindeling van het luchtruim op het Europese netwerk. Die zijn licht positief: vliegtuigen hoeven samen per dag ongeveer 2.400 kilometer minder te vliegen.

De nieuwe luchtruimindeling legt ook de basis voor afspraken over Flexible Use of Airspace (FUA). Hierdoor kunnen burger- en militaire luchtvaart het luchtruim beter delen, waardoor minder omgevlogen hoeft te worden en de uitstoot afneemt.

Ontwerpproces

Het herindelen van het Nederlandse luchtruim is een complexe ontwerp-opgave. Aanpassingen in het luchtruim hangen vaak met elkaar samen. Eén wijziging kan leiden tot andere noodzakelijke aanpassingen. Daarnaast staat het Nederlandse luchtruim niet op zichzelf. Het is nauw verbonden met het luchtruim van buurlanden en met het Europese netwerk van vliegroutes.

De plannen voor de Nieuwe Indeling zijn daarom ontwikkeld in samenwerking met Duitsland en de EUROCONTROL Network Manager.

De luchtverkeersleidingsorganisaties LVNL (Luchtverkeersleiding Nederland), CLRS (Commando Luchtstrijdkrachten, onderdeel van Defensie) en MUAC (Maastricht Upper Area Control Centre, onderdeel van Eurocontrol), hebben hiervoor een uitgebreid ontwerpproces doorlopen, waarin ook computersimulaties zijn gebruikt.

Simulaties

Tijdens het ontwerpproces worden op verschillende momenten simulaties uitgevoerd. In deze simulaties wordt het vliegverkeer nagebootst in een digitale omgeving. Er wordt dus niet echt gevlogen.
Met deze simulaties kunnen luchtverkeersleiders testen of de plannen veilig en uitvoerbaar zijn.
Elke simulatie heeft een andere opzet en duur. Van de simulatie die in juni 2025 is uitgevoerd, is deze video gemaakt.