Om het vliegverkeer van en naar Schiphol veilig af te handelen, zijn er regels voor het gebruik van de start- en landingsbanen.
Zes start- en landingsbanen
De luchthaven heeft zes start- en landingsbanen: de Kaagbaan, Zwanenburgbaan, Buitenveldertbaan, Aalsmeerbaan, Polderbaan en Schiphol-Oostbaan. De Polderbaan en Kaagbaan worden als eerste en zo vaak mogelijk ingezet, omdat bij gebruik van deze banen zo min mogelijk mensen overlast ervaren. Welke banen er precies worden ingezet, is afhankelijk van het weer, hoeveel vliegtuigen starten of landen en baanonderhoud.
De werking van de regels voor baangebruik

Om het vliegverkeer van
en naar Schiphol goed af te handelen,
zijn er regels voor het gebruik
van de start- en landingsbanen.
Maar wat zijn die regels eigenlijk?
Schiphol heeft zes banen.
Er zijn altijd tenminste twee banen
tegelijk in gebruik.
Eén voor vertrekkende vliegtuigen
en één voor aankomende vliegtuigen.
Wanneer het mogelijk is, moeten de Kaagbaan
en de Polderbaan worden gebruikt.
Dat staat in de regels.
Vanaf die banen vliegen vliegtuigen
namelijk over de plekken...
...waar de minste mensen wonen.
Vliegtuigen op Schiphol gebruiken niet
altijd dezelfde start- of landingsbaan.
Soms zijn het andere banen
of meer banen tegelijk.
Waarom is dat precies?
Allereerst de veiligheid.
Vliegtuigen moeten veilig kunnen starten
en landen waarbij ze elkaar niet kruisen.
Ook de wind speelt een rol.
Bij een te harde wind van achteren...
...kan een vliegtuig niet starten
of landen van die baan,
en moet een andere baan worden gebruikt.
Ook belangrijk; de drukte.
Soms is het erg druk in de lucht
of op de grond.
Dan zijn er drie of zelfs vier banen
tegelijk nodig...
...om alles veilig te laten verlopen.
Om de start- en landingsbanen veilig en in goede conditie
te houden is onderhoud nodig.
Dan is een baan
een tijdje niet beschikbaar...
...en worden andere banen gebruikt.
's Nachts is er minder vliegverkeer
en gelden andere regels.
Als het kan wordt er alleen gebruik gemaakt
van de Kaagbaan en de Polderbaan.
Vliegtuigen volgen dan de routes
die de minste overlast geven.
In het Luchthavenverkeerbesluit van Schiphol staat
welke banen wanneer gebruikt mogen worden.
Dat geeft duidelijkheid voor iedereen.
De keuze voor een baan is dus nooit zomaar.
Er wordt gekeken naar wind, naar drukte, onderhoud...
...en naar de regels die ervoor zorgen
dat er zo weinig mogelijk overlast voor de omgeving is.
Zo is het vliegen op Schiphol veilig...
...en wordt er zoveel mogelijk rekening
gehouden met de omgeving.
Wil je meer weten?
Kijk op: luchtvaartindetoekomst.nl
Regels voor baangebruik en het handhavingsstelsel
Het ministerie gebruikt de regels voor baangebruik en het maximale aantal vluchten per jaar om in te schatten hoeveel geluid de luchthaven veroorzaakt in de omgeving. Dat noemen we de geluidbelasting. De geluidbelasting bepaalt de grenswaarden van de handhavingspunten in de omgeving van Schiphol: meer geluid is niet toegestaan.
Handhaving door Inspectie Leefomgeving en Transport
De ILT-Luchtvaartautoriteit controleert of bedrijven zich houden aan de geluidsregels en regels voor emissies en luchtkwaliteit. Als er overschrijdingen van de geluidregels zijn, kan zij maatregelen opleggen. Ook kan de ILT een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen van geluidregels voor het baan- en routegebruik en de regels voor emissies en luchtkwaliteit.
De ILT-Luchtvaartautoriteit rapporteert twee keer per jaar over het naleven van milieu- en geluidsnormen. Dat zijn de handhavingsrapportages. Deze rapportages laten de resultaten van het toezicht zien over een half en over een heel gebruiksjaar (1 november tot en met 31 oktober).
Meer informatie over handhaving vindt u op de website van de ILT.